Je hebt van die dagen dat je start helemaal klopt. Ontspannen stap je je kantoor binnen en kijk je op de to-do lijst (takenlijst) die je de dag ervoor hebt gemaakt.
Het is zeven uur later, dezelfde dag. De drie items die vanmorgen op de lijst staan, lijken te staren naar me. De dikke streep door één van de items geeft wat verlichting. De streep door het inmiddels toegevoegde item ook. Er staan twee items nog op de lijst en ik weet dat ik nog een half uur heb om ze weg te werken. Om 16.00 uur nog een bespreking met een klant en daarna is de werkdag voorbij.
Ik ben vastbesloten de twee items ook nog weg te strepen vandaag. En maak me er ook niet druk over. Het gaat vast wel lukken. Een item is het lezen van een document van enkele pagina's met een beschrijving van een nieuw intern proces. Dat kan ook thuis of uiterlijk morgenvroeg.
Het andere item is de planning. Plannen om de planning te maken. Ik heb nog een half uur. Het is geen onmogelijke opgave. Om mijn hoofd leeg te maken zoek ik afleiding, zodat ik fris aan die planning kan beginnen.
Bewustwording. Loslaten. Maak je probleem concreet. Schrijf het desnoods op, zodat je het kunt nalezen en op de juiste waarde kunt schatten.
Bij deze. Ik open de Excel-sheet met de planning.
Ik weet wel waar hij is. Bij Apple. En die gaan net als ik tot de conclusie komen dat ie beyond repair kaputt is. Het niet meer doet,
Het werkt twee kanten op. Heel veel rust kan je een enorme hoeveelheid stress opleveren en een flinke hoeveelheid drukte kan een bepaalde rust brengen.
De grijsglanzende mevrouw keek hoogst geïrriteerd toen ik voor haar bestelde. Niet omdat ik de laatste ouwewijvenkoek meenam, of omdat ze al een kwartier voor me bij de marktkraam stond. Ik kan me vergissen, maar ze leek geïrriteerd omdat ik haar niet voor liet gaan.